home

 

In memoriam oud pastoor-deken
Theodorus J.A. van Hout

In de avond van zondag 14 december j.l., veertien dagen voor zijn 79 ste verjaardag is een einde gekomen aan het zeer arbeidzame en vruchtbare priesterleven van Theodorus J.A. van Hout, oud-pastoor van de parochie der H. Maria presentatie te Asten. Hij was ook oud-deken van het dekenaat Asten en van januari 1960 tot 1972 directeur van de missiezusters Franciscanessen te Asten en rector van het moederhuis aldaar.

De jonge pastoor is destijds letterlijk als puinruimer begonnen. De oorlogshandelingen tijdens de bevrijding, gedurende de vier laatste maanden van 1944, hadden kerk, pastorie en patronaatsgebouw zeer zwaar beschadigd. Talloze huizen en andere gebouwen in de gemeente Asten waren ook zwaar gehavend of vernield. Bezettingstijd had nieuwbouw sterk vertraagd en allerlei plannen niet tot uitvoering laten komen Er was veel werk aan de winkel!
Het pastoraat van deken Th. van Hout heeft bewezen, dat de bisschop door zijn benoeming de juiste man op de juiste plaats had gezet, want de jonge pastoor begon met groot elan aan het herstel van de kerk en andere parochiële gebouwen. Op de puinhopen van kerken elders ging hij met aannemer Geven gewelfstenen zoeken voor zijn eigen kerk.
Tevens stond hij achter de herstel- en herbouwplannen van de gemeente. Hij was bouwpastoor tot ver over de grenzen van zijn parochie heen. De pastoor bouwde echter niet alleen in steen en hout. Hij bouwde ook de standsorganisatie weer op – zoals het episcopaat verlangde --- de jeugd en jongerenbeweging, en inspireerde tot maatschappelijke verzorging in velerlei vormen. Hij enthousiasmeerde jong en oud. Hij stichtte en bouwde scholen, zorgde voor onderwijs in allerlei vormen en op diverse niveaus, vond of schiep ruimte en toonde daarbij grote vindingrijkheid en overredingskunst. Bij verblufte rijksambtenaren kreeg hij vergunningen voor stichting en bouw los. Wat hij voor het onderwijs in Asten gedaan heeft is niet te schatten. Daarnaast bevorderde hij de cultuur in de ruimste zin, zowel in parochie als gemeente.

De jonge pastoor verenigde in zich zoveel kundigheden en bekwaamheden, dat Asten in die jaren geen betere pastoor had kunnen hebben. Hij was een echte bouwer, maar een die zich niet liet verleiden tot bouwen op los zand. Er moest in meervoudige zin vaste grond zijn waarop hij aanlegde. Hij wist de weg naar mensen, die de bevoegdheid hadden de gewenste vergunningen af te geven. Hij wist anderen enthousiast te maken en leiders te vinden voor de constructies van een goedwerkende organisatie van alles wat hij op stapel zette en tot activiteit wilde brengen. De hopeloze situatie van eind 1944 inspireerde hem juist tot ongedachte daden. Waar tegenvallers ontgoocheling brachten, sprak hij moed in. Hij was niet alleen de strateeg voor de grote lijn, maar ook een nuchter tacticus bij de afwerking van de details. Als men alleen zou afgaan op het geen hierboven over het werk van pastoor van Hout gezegd is, zou de misvatting kunnen ontstaan, dat hij meer manager is geweest dan herder. Een misvatting inderdaad, want op de eerste plaats was hij herder van zijn parochianen, zijn mensen, Niet het materiële stond voorop , maar de mens. Maar hij wist ook, dat de mens een zekere welstand nodig heeft om zich ten volle te kunnen ontplooien, al zou hij jaren later moeten constateren, dat snel en hoog stijgende welvaart de mens gemakkelijk verleidt tot louter materialisme, met verwaarlozing van het geestelijke en het zielenheil.
Pastoor van Hout bleef als herder steeds hameren op het voornaamste gebod: elkaar liefhebben, elkaar helpen. Liefdeloosheid hekelde hij bijzonder scherp, even scherp als louter materialisme.
Met een wekelijks bezoek aan Astense patiënten in ziekenhuizen is pastoor van Hout indertijd begonnen.
Hij maakte het de parochianen gemakkelijk hun godsdienstplichten te vervullen o.a. door het aantal heilige missen te verhogen, evenals het aantal biechturen. Gebedsoefeningen, gezins- en misweken, verloofden cursussen en triduüms werden regelmatig gehouden.
Altijd stond hij klaar om mensen met problemen te ontvangen en naar vermogen raad te geven. Onbekend is hoeveel en hij zó geholpen heeft, tot geestelijke steun in geweest tot goede raadgever en deelnemer in gebed om hulp.

Waar leed was leefde hij intens mee, want hij was veel gevoeliger dan sommige mensen dachten. De manager hardheid viel dan volkomen van hem af. Vanuit zijn herderschap zag hij ook de waarde van zoveel mogelijk gevarieerd onderwijs voor de mensen, onderwijs op katholieke grondslag. Hij heeft hem altijd zeer gespeten , dat het middelbaar onderwijs niet het eerst in Asten werd gesitueerd, zoals het ETI en ander instanties ook steeds geadviseerd hadden, maar in Deurne.

Zijn adviseurschappen van stands- en sociale organisaties nam hij serieus. Hij gaf inderdaad adviezen, na degelijke bestudering van voorgelegde kwesties. De pastoor meende,dat men naar buiten mocht komen voor zijn overtuiging. Vandaar de luisterrijke sacrament processie door de kom van het dorp, met deelneming van nagenoeg alle parochianen. Manifestaties van geloof en gebed.

In de kerk stimuleerde hij de koor- en volkszang.Na het herstel van het kerkgebouw werd later, noodgedwongen zuinig, geld uitgegeven voor versiering. Denk aan de gebrandschilderde ramen, de paramenten – door de vereniging “voor kerk en missie” gemaakt – de restauratie van de 16 e eeuwse monstrans, nieuwe canonborden, een bronzen godslamp e.d. Hij viel de mensen niet graag lastig met collecties en als gevolg daarvan, liet men hem veel te lang in financiële zorgen zitten. Daarom was hij bijzonder blij met en dankbaar voor de Kwartjes actie. Dat bleek elk jaar tijdens zijn nieuwjaarspreek. En bij het gouden bestaansfeest van het kerkgebouw in september 1948, toen drie nieuwe klokken werden geschonken plus een angelusklokje. Dankbaar was hij ook in juni 1957, toen bij zijn koperen priesterfeest 10.000 gulden werd geschonken voor een nieuwe geluidsinstallatie en nieuwe banken in de kerk. Een spontane receptie van particulieren en alle verenigingen en organisaties, onderwijs, gemeenteraad enz. overrompelde de pastoor volkomen. Dat deed hem goed en liet hem alle zorgen vergeten.
Bij alle toespraken viel het altijd weer op, hoe bescheiden hij was. Hij bedankte dan eigenlijk anderen voor een groot of het grootste deel zèlf gedaan had. Hij ging ook alleen maar aan een bestuurstafel zitten, omdat het niet anders kon. Liever zou hij in de massa zijn ondergedoken.

Toen op 17 januari 1960 de pastoor vanaf de kansel meedeelde, dat hij ter willen van de parochie als pastoor en deken aftrad, om een jonger kracht gelegenheid te geven zijn werk af te ronden, waren spreker en luisteraars zeer ontroerd.
Men had begrip voor zijn motief, want na 15 jaar zwaar werken had dit zijn sporen nagelaten bij de pastoor. Vol dankbaarheid voor hetgeen hij voor de parochie en Asten gedaan had, liet men hem gaan. Iets van die dankbaarheid kwam in juni 1965 nog tot uiting. Bij zijn 40 jarig priesterfeest. De jubilaris kreeg toen een bronzen St. Jan de Doper, een eigen keuze. Beschouwde hij zich zelf ook enigszins als “de stem van een roepende in de woestijn”.

Hoe zien zijn oud-parochianen hem?
Als een man met groot doorzettingsvermogen, de kunst verstaande om de juiste mensen te kiezen en er mee samen te werken, de instanties kennend waar hij iets voor zijn parochie en de gemeente Asten kon bereiken. Hij was ook een man van wetenschap en hij ging terug naar de bronnen voor hij ergens een oordeel over gaf. Moest hij onderrichten, dan ging daaraan ernstige studie vooraf. Hij was op veel terreinen thuis dan hij voorgaf, maar zijn inzicht en kennis bleken dikwijls uit zo maar terloops gedane opmerkingen.
Hij had gevoel voor schoonheid, smaak in mooie dingen, belangstelling voor archeologie, inzicht in architectuur.
Hij was wijs en had veel ervaring, waarvan hij anderen graag liet profiteren. Hij was een goed priester gevoelig van aard, die in Asten tijdens zijn pastoraat veel heilzaam werk heeft verricht. De parochie en de gemeente hebben veel aan hem te danken. Dat is ook erkend door het hem verleende ereburgerschap van Asten en de onderscheiding van officier in de Orde van Oranje Nassau.
Het is daarom jammer dat oud-pastoor van Hout in zijn laatste levensjaren steeds meer een ten dele zelfgekozen eenzaamheid de voorkeur gaf boven een ruimer contact met andere priesters en met vrienden en oude “strijdmakkers”van de parochie, wier aantal door de dood toch al regelmatig werd uitgedund.

Pastoor van Hout was teleurgesteld over de ontwikkelingen in de wereld en in de kerk en hij betreurde het , dat aan degenen die zich als mens in volle eenvoud en belangeloosheid geven, geen belangstellingwordt gegeven in de wereld van inspraak en mensenrechten.

Ondanks eigen verantwoordelijkheid moeten er normen zijn en goed gemotiveerde leiders. De idealen waarmee hij bijna een halve eeuw lang jongeren en idealisten had geïnspireerd, waren sterk verschrompeld. Eigenlijk tragisch. Maar God heeft andere normen dan de mensen. Oud-pastoor van Hout zal intussen wel reeds zijn beloning ontvangen hebben, een beloning, getoetst aan Gods normen
.

De plaats waar Theodorus van Hout begraven is. Hij ruste in vrede.

 

Theodorus zoon van
Leonardus Jacobus van Hout en Sophia Hubertina Ververgaard

© Monique van der Meulen • design by: CAGE

 

site by: CAGE (Rolf van Gelder)